Het land van Big Business
Na de nederlaag in de Burgeroorlog werd het zuiden overspoeld door rijke beleggers uit het noorden. Overal in het land kwam nu het grote zakenleven, Big Business, tot bloei. Rond Ego waren de VS de grootste producent van ijzer, steenkool en aardolie. De Amerikaanse natuur bood ook volop landbouwgrond, en uitgestrekte bossen, die hout leverden voor de bouw en de papierindustrie. Wie in de VS een uitvinding deed, kon daar schatrijk mee worden, want de markt (het aantal mogelijke kopers) was enorm groot. Vaak ook kochten handige jongens voor een klein bedrag een uitvinding die geschikt was voor massaproduktie. Door de enorme vraag naar nieuwe produkten als naaimachines en ingeblikt vlees werd elke genvesteerde dollar al snel weer terugverdiend,
De VS waren het eerste land waar echt sprake was van massaproduktie van kleding, schoenen en levensmiddelen. De industrie had daarvoor natuurlijk wel arbeidskrachten, kapitaal en klanten nodig. Europa leverde alle drie. Tussen 1865 en 1914 immigreerden tien miljoen Britten, zes miljoen Duitsers, vier miljoen Oostenrijkers en Hongaren, een paar miljoen Russen en Polen en honderdduizenden uit andere landen (waaronder Nederland). Die immigranten waren goedkope arbeidskrachten voor de ondernemers. Amerikaanse banken konden in Europa makkelijk geld lenen, omdat ze een goede rente konden aanbieden. De Amerikaanse economie groeide immers als kool.
Vaak kochten de ondernemingen die het snelst groeiden, zoveel mogelijk kleine bedrijfjes in hun bedrijfstak op. Zonder concurrentie kan een be-
drijf namelijk hogere prijzen voor zijn produkten vragen. Zo beheerste John D. Rockefeller 95 procent van alle oliebronnen in de VS. Andrew Carnegie was de 'staalkoning', Meyer Guggenheim was een reus in het koper, de familie Vanderbilt deed in het groot in spoorweglijnen.
Veel Amerikanen stonden kritisch tegenover deze enorme ondernemingen, ook wel 'trusts' genoemd. Rond het begin van deze eeuw kwam er war meer toezicht op de mammoetbedrijven. Het Congres verbood bedrijven om al hun concurrenten op te kopen en op die manier een monopolie te verkrijgen. Maar in de grootse aanpak van de grote bedrijven paste ook het in dienst nemen van de beste advocaten. Die slaagden er altijd wel in de mazen in de wet te vinden.
