De kwestie van de slavernij
De nieuwe staten zorgden voor nieuwe conflicten. In het noorden hadden veel mensen een enorme afkeer van de slavernij. Lange tijd hadden zij gedacht dat de slavernij in het zuiden vanzelf een zachte dood zou sterven. Maar in de 19e eeuw werd duidelijk dat de slavernij nog altijd springlevend was. De staten in her zuiden verkochten enorme hoeveelheden katoen aan Engeland, waar de Industriele revolutie in volle gang was. Heel wat planters breidden hun zaken flink uit en planterszonen trokken er met een kapitaaltje op uit om in de nieuwe gebieden een eigen plantage op te zetten - met eigen slaven natuurlijk. De noordelijke staten voelden er weinig voor om nieuwe staren waar slavernij was toegestaan, tot de VS toe te laten. Dat zou de voorstanders van slavernij immers wel eens een meerderheid in het Congres kunnen opleveren.
in het noorden werd ook de beweging om de slavernij in alle Amerikaanse staten te verbieden steeds sterker. Zowel de voor- als de tegenstanders van slavernij beriepen zich op de Bijbel om hun standpunt kracht bij te zetten. Tegenstanders, ook wel abolitionisten genoemd (abolition- afschaffing), vonden her onjuist dat de ene mens de ander als eigendom en handelswaar kon gebruiken. Waren niet alle mensen de schepping van God? Voorstanders redeneerden dat God daar niets op tegen had. Slavernij kwam toch ook in de Bijbel voor?
In het begin van de 19e eeuw werd veel onderhandeld over de toelaatbaarheid van slavernij. Maar toen Engeland in 1833 de slavernij afschafte vonden veel Amerikanen dat hun land niet kon achterblijven. Het noorden was steeds minder bereid te onderhandelen. Het zuiden vond dat de noorderlingen zich niet met hun zaken moesten bemoeien.
In 186o werd Abraham Lincoln president van Amerika. Hij was een duidelijke tegenstander van uitbreiding van de slavernij. Voor de zuidelijke staten was dit de aanleiding om de Unie te verlaten. Ze stichtten de Geconfedereerde Staten en kozen een eigen president. Deze scheiding leidde tot een bloedige burgeroorlog, die vier jaar zou duren (1861-1865). De noordelijke staten kwamen als overwinnaars uit de strijd.
Andere oorzaken van de Burgeroorlog
De Amerikaanse Burgeroorlog ging niet alleen om de kwestie van de slavernij, er speelden ook andere problemen. Het zuiden wilde door het noorden vooral met rust gelaten worden: her kon zijn eigen zaakjes wel regelen, zonder dat de 'Yankees' noorderlingen) daar hun neus in staken. De zuidelijken hadden het idee dat zij de enige 'echte' Amerikanen waren. Zij bewerkten het land, verkochten hun oogst en genoten van de welverdiende vrijheid. Her noorden, met zijn grote steden en honderdduizenden immigranten, was volgens hen een poel van verderf De jacht op winst en geld, de industrie en het bankwezen hadden van de mensen daar geldwolven gemaakt. De arbeiders in New York, Baltimore of Philadelphia waren in hun ogen dan ook slechter af dan de slaven op de katoenvelden in het zuiden. De kritiek op de slavernij was, met andere woorden, schijnheilig.
De zuidelijke staten voelden zich ook benadeeld omdat ze te weinig invloed hadden op de poli tieke besluiten. Als het noorden iets wilde, ge, beurde dat ook, want daar woonden nu eenmaal de meeste mensen. Het noorden wilde bijvoorbeeld de Amerikaanse grens gesloten houden voor industrieprodukten uit andere landen: dat zou de eigen industrie beschermen tegen concurrentie. Het zuiden wilde juist vrijhandel, omdat dat goed was voor de export van hun katoen. De slavernij was dus een belangrijke oorzaak van de Amerikaanse Burgeroorlog, maar beslist niet de enige. Zo is dat bij belangrijke conflicten wel vaker, zoals we nog zullen zien.
