De kolonisatie van Amerika
In 1492 had Columbus het bestaan van een nieuw werelddeel ontdekt. Zelf was hij er nog van overtuigd dat hij de westkust van Indi had bereikt. Daarom noemde hij de bewoners Indianen. Toen de Portugese ontdekkingsreiziger Amerigo Vespucci in 1513 de Grote Oceaan ontdekte, was bewezen dat het hier om een nieuw continent ging. Dat continent kreeg ook zijn naam: Amerika.
In de 16e eeuw namen de Spanjaarden en Portugezen bezit van grote delen van Midden- en Zuid-Amerika. Zij stonden niet toe dat andere Europese zeemachten een graantje meepikten. Min of meer noodgedwongen richtten de Engelsen hun aandacht toen op Noord-Amerika.
In 1584 stichtte de Engelse edelman Sir Walter Raleigh aan de oostkust van Noord-Amerika de eerste Engelse kolonie: Virginia. Naar deze kolonie kwamen Engelsen die in de Nieuwe Wereld een nieuw bestaan wilden beginnen. Zij waagden het avontuur omdat het in Engeland niet zo goed
ging. Bovendien werden er in Engeland rooskleurige praatjes rondgestrooid over wat Virginia allemaal te bieden had. Er was veel bouwland en visrijk water, zei men. Wie zelfde reis betaalde kreeg twintig hectare land. Dat was een aantrekkelijk vooruitzicht, want in Engeland zelf moesten de meeste boeren grond pachten.
Na deze mooie verhalen viel de werkelijkheid natuurlijk wel tegen. Het boerenleven in Virginia was hard en eenzaam. De sterfte onder de kolonisten was groot. Toch werd Virginia na verloop van tijd een welvarende kolonie. Er werd tabak verbouwd, en omdat het gebruik van tabak in Europa al snel een mode werd, deden veel tabakboe- ren goede zaken.
Nog zwaarder was het leven van de honderd kolonisten die in 1610 met de Mayflower de oversteek naar Amerika maakten. Ze waren uit Engeland vertrokken omdat ze daar gediscrimineerd werden vanwege hun strenge calvinistische ('puriteinse') geloof. Toen deze 'Pilgrim Fathers' in Massachusetts de kolonie Plymouth stichtten, hoefden ze dan ook niet op steun uit Engeland te rekenen. Dat vonden ze niet erg, want ze hadden liever niets te maken met het verdorven Engeland. Ze zagen hun kolonie als het Beloofde Land. Dat bleek iets te optimistisch, want na Een jaar was de helft van de calvinistische pioniers overleden. Zelf keken ze daar anders tegenaan: de
helft van ons heeft deze beproeving overleefd. dachten ze. Reden genoeg dus om een dankdag in te stellen, Thanksgiving. Tegenwoordig viert heel Amerika deze feestdag (de laatste dinsdag in november), omdat men het zo typerend voor de Amerikanen vindt: niet opgeven.
Het woeste Massachusetts werkte overigens als een magneet op de puriteinen in Engeland. In 1660 woonden er al woon mensen. Maar ook de andere Engelse kolonin in Amerika trokken grote aantallen Europese immigranten. De meesten vestigden zich in een smal gebied langs de oostkust.
