Koning-koopman Willem
Op het congres van Wenen werden Nederland en Belgi samengevoegd. Voor die samenvoeging waren vooral militaire redenen. Frankrijk moest een sterke noorderbuur krijgen. Een zoon van de laatste stadhouder zou de koning van deze nieuwe staat worden) koning Willem I.
De Nederlanden bleken moeilijk te besturen. Om te beginnen waren er veel meer Belgen dan Nederlanders. Toch hadden die Belgen niet meer invloed op de gang van zaken in hun land. In hun ogen was de koning een bemoeiziek Hollander. Willem I was dan ook zeker geen democraat, Eigenlijk regeerde hij het liefst zoals koningen dat in de ik eeuw nog hadden gedaan. als een absolute vorst. Toch zag hij ook in Napoleon wel een voorbeeld: een koning moest niet alleen politiek, MUI' ook economisch en cultureel de touwtjes strak in handen houden.
De eerste daad van Willem I was de oprichting van De Nederlandsche Bank (1814). Die bank zou als enige papiergeld in omloop mogen brengen; dat geld werd een wettig betaalmiddel. Om het economische leven te stimuleren richtte hij tien jaar later de Nederlandsche Handelsmaatschappij op. Zelf stak hij daar zo'n vier miljoen gulden in. Mede daarom bepaalde hij dat de rente voor twintig jaar vast zou liggen op 4,5 procent; twee procent meer dan normaal. Om die rente uit te kunnen betalen moest de Maatschappij veel geld verdienen. Dat lukte alleen maar door haar te bevoordelen. Zo kreeg zij, als een soort opvolger van de VOC, het monopolie op de handel op Indi. Maatregelen als deze leverden Willem I al snel de bijnaam 'koning-koopman) op.
Kanalen en spoorwegen
Willem I vond het nodig dat Nederland een betere infrastructuur (wegen, bruggen, kanalen) kreeg. Op zijn initiatief werd tussen Amsterdam en Den Helder het Noordhollands kanaal aangelegd. Ook het zuiden en het oosten van Nederland werd door nieuwe kanalen beter bereikbaar gemaakt.
Al die aandacht voor nieuwe waterwegen zorgde er wel voor dat de verbetering van landwegen en de aanleg van spoorwegen op een laag pitje kwam te staan. Het spoor, daar zag de burgerij niets in. Wat was er nu genoeglijker dan reizen met de trekschuit? Geen mens dacht eraan om in die nieuwigheid zijn geld te steken. Het zou wel weer overwaaien, die spoorgekte, zo dacht men. En wie zou er dan al die spoorrails moeten opruimen?
Maar zo liep het natuurlijk niet. In 1839 werd, op Nederlands initiatief maar met buitenlands geld, de eerste spoorlijn van Nederland in gebruik genomen, van Amsterdam naar Haarlem. Ook hier behoorde koning-koopman Willem I niet negen miljoen gulden tot de grootste aandeelhouders.
