Technische veranderingen
De stoommachine was natuurlijk een belangrijke uitvinding. Als krachtbron verving stoomkracht paardenkracht en wind- en watermolens. Als het daarbij gebleven was, zouden we nu waarschijnlijk niet spreken van een 'industriele revolutie'. Maar na de stoommachine volgde een stortvloed van nieuwe uitvindingen en toepassingen die de mensheid verbaasden.
Zo werd vlak na de stoomkracht nog een andere krachtbron ontdekt: elektriciteit. De Amerikaan Benjamin Franklin maakte die kracht wel op een heel bijzondere manier zichtbaar. Tijdens een onweer liet hij een vlieger op. Aan de zijden vlieger-draad bevestigde hij een metalen sleutel. De dek-
trische vonk die zo ontstond liet hij op zijn hand overspringen. Franklin bracht het er levend vanaf. mui- een aantal geleerden dat zijn experiment wilde nabootsen had minder geluk.
Om niet steeds op onweer te hoeven wachten bouwde de Italiaan Alessandro Volta in 1800 de voorloper van onze accu. Dertig jaar later ontwikkelde de Engelsman Michael Faraday de dynamo. Later zou die worden toegepast in elektriciteitscentrales waar stoomturbines voor de aandrijving zorgden. Dat waren natuurlijk grotere dynamo's dan die op je fiets, maar ze werkten volgens hetzelfde principe.
De opmars van de machine
Veel vroeger dan je zou denken werd er al gestudeerd op de denkende machine, de computer. In 1823 had de Brit Charles Babbage al een plan voor een rekenmachine die sommen tot in twintig cijfers achter de komma kon uitrekenen. Babbage wilde nog een stap verder gaan. Hij wist van het bestaan van weefmachines die ingewikkelde patronen konden weven. Op de plaatsen waar geen draad moest worden ingestoken, hielden stevige kartonnen kaarten de weefnaalden tegen; waar gaatjes zaten werden draden ingeweven. Met een dergelijk systeem. dacht Babbage, kon ook een 'denkende' machine worden ontworpen. Toen hij dit plan bekend maakte, trokken zijn geldschieters onmiddellijk zijn beurs in: ze dachten dat hij gek was geworden.
Een vergelijkbaar apparaat was de naaimach: Doordat textiel een massaprodukt was gewon; was her noodzakelijk om geweven stof snel kleding te kunnen verwerken. Confectie zou tic maatkleding gaan verdringen. Natuurlijk protesteerden de naaisters op de kledingateliers tegen de komst van deze apparaten, maar hun verzet was zinloos. Zelfs de eerste naaimachine (045) werkte al vijf keer zo snel als dat zij met de hand deden. Bovendien laat een machine zelden een steekje vallen.
De uitvinding van de schrijfmachine door de Amerikaan Christopher Sholes (1867) zorgde voor een kleine revolutie op kantoren en in bedrijven. In (783 ontstegen de gebroeders Montgolfier uit Frankrijk voor het eerst de aarde in een luchtballon. Twee jaar later al vloog de eerste ballon over het Kanaal. De Fransman Daguerre schoot rond 180 de eerste foto's. Dat betekende niet alleen een revolutie in de portretkunst, maar ook in de nieuwsvoorziening. Daar veranderde toch al heel veel, bijvoorbeeld door de uitvinding van de rotatiepers (181z) door de Duitser Friedrich Knig. Op een grote rol, een cilinder, werd het zetsel aangebracht. De rol draaide rond en het papier werd er onderdoor getrokken. De rol werd met stoomkracht aangedreven. Daardoor konden kranten in enorme oplagen worden gedrukt. Nieuws werd een massaprodukt
