De macht van het getal
De groet van de steden of urbanisatie (verstedelijking) had met alleen negatieve gevolgen. Zeker niet als je her op langere termijn bekijkt. De arbeiders vormden de grootste groep in de industrile samenleving. Geleidelijk slaagden zij erin om hun omstandigheden te verbeteren. Zo richtten zij vakverenigingen op, die streden voor hogere lonen en kortere werkdagen. Een veelbeproefd wapen in die strijd was de staking. Uit de contributie van haar leden bouwde de vakvereniging een stakingskas op. Daardoor zaten de arbeiders bij cen staking nier helemaal zonder inkomsten. Zo konden zij de staking ook langer volhouden, wat weer een grotere kans op succes opleverde. De vakverenigingen maakten zich trouwens ook sterk voor algemeen kiesrecht. Door het wonen in de steden veranderde ook de mentaliteit van de arbeiders. Op het platteland werden de standsverschillen meestal als vanzelfsprekend aanvaard. Maar in de dichtbevolkte industriesteden woonden tienduizenden arbeiders in ellendige omstandigheden op een kluitje. Daardoor begonnen zij te begrijpen dar ze eigenlijk allemaal werden uitgebuit door steeds rijker wordende ondernemers. Bovendien voelden de arbeiders de macht van hun getal' ze waren met zovelen, wie kon hen iets in de weg leggen? Ook anderen begrepen dat het zo niet lang kon doorgaan. Uit angst voor sociale onrust begonnen veel stadsbesturen bijvoorbeeld met her verbeteren van de huisvesting. De ergste krotten werden opgeruimd, er werden rioleringen aangelegd en er verschenen nieuwe arbeiderswoningen.
De geest van de Franse revolutie
Algemeen kiesrecht en invloed voor de burgerij waren ideeen die uit de Franse revolutie stamden. Na 1815 probeerden de Europese vorsten de geest van de Franse revolutie uit te bannen. Dat is ze uiteindelijk niet gelukt. Vlak na 1815 zat het ze wel mee. Het leek wel orde Franse revolutie nooit had plaatsgevonden. De Franse revolutie was, vonden veel mensen, een barre periode vol oorlog en terreur, een zwarte bladzijde uit de geschiedenis die maar beter snel kon worden omgeslagen. Een wijze, vaderlijke vorst die zijn volk begreep en die het land met hulp van wijze mannen bestuurde( na de chaos en ellende van de Franse revolutie was dat opeens zo'n slecht idee nog niet. De brave burgerman moest zich het hoofd niet op hol laten brengen door dwaze ideeen over gelijkheid en vrijheid. Die kon beter naar heel andere zaken streven( huiselijkheid, trouw en godvrezendheid.
Toch was die rust maar schijn. Door de industrialisatie en urbanisatie onderging de samenleving in korte tijd ingrijpende veranderingen. In de industrile samenleving kregen de idealen vrijheid, gelijkheid en broederschap opnieuw betekenis. Tussen 1830 en 1848 kwam de geest van de Franse revolutie weer uit de fles. De ideen over algemeen kiesrecht en meer invloed voor de burgerij bleken nog springlevend. Daardoor blijft de Franse revolutie zo'n belangrijke gebeurtenis, ook na 1813.

1848: revoluties, geen democratie
De Industrile revolutie begon in Engeland. In
dat land werd her ook het eerst onrustig. Er
woedden grote opstanden en er werden veel de-
monstraties gehouden. De sterkste beweging was
die van de chartisten, die het algemeen mannelijk
kiesrecht eisten. Het duurde even voor zij hun zin kregen, maar russen 1867 en 1884 kregen alle huurders en eigenaren van woningen stemrecht( vrijwel alle mannen dus. Daarmee was Engeland het eerste land in Europa dat min of meer democratisch bestuurd werd. Kiesrecht voor vrouwen of jongeren werd overigens nog door niemand serieus overwogen.
In andere landen in Europa ging de ontwikkeling minder geleidelijk. In 1848 kwam het op veel plaatsen tegelijk tot een uitbarsting. In dat jaar rolden in heel Europa de koningskronen over straat. Toch leidde alle onrust nergens tot de vestiging van een echte democratie. Hier en daar kwamen wel parlementen, maar die hadden nog te weinig macht om het de regering echt moeilijk te maken.
