Napoleon
In de onrustige jaren tussen 1795 en 1799 rees de ster van Napoleon Bonaparte snel. Napoleon werd geboren op het eiland Corsica. dat de Fransen zojuist veroverd hadden. Hij beleefde een bliksemcarriere als militair. In 1795 kreeg hij opdracht om een opstand van koningsgezinden in Parijs te onderdrukken. Het was in die tijd gewoon om met scherp te schieten op opstandelingen. Napoleon zette kanonnen in om de onrust te smoren. Ongebruikelijk, onmenselijk, maar effectief in 1796 trok Napoleon de Alpen over om de Oostenrijkers uit Itali te verdrijven.
Door zijn militaire successen won de doortastende generaal snel aan populariteit onder de Franse bevolking.
In 1799 verliet Napoleon zijn leger dat in Egypte door de Engelsen werd belegerd, om in het onrustige Frankrijk een staatsgreep te plegen. Volgens de nieuwe grondwet die hij invoerde kwam de uitvoerende macht aan de 'eerste consul' toe. Die positie bekleedde hij uiteraard zelf Als eerste consul benoemde Napoleon de prefecten, die aan het hoofd van de departementen stonden. Zij waren alleen aan hem verantwoording schuldig. Eigenlijk regeerde Napoleon dus als een soort alleenheerser. In 1804 liet hij zich, in bijzijn van de paus, tot keizer kronen.
De Code Napoleon
Toch zouden onder het bewind van Napoleon niet de tijden van vr de revolutie terugkeren. De meeste hervormingen van de revolutionairen liet hij gewoon bestaan. Daarnaast kwam hij zelf met een aantal belangrijke hervormingen. Zo zorgde hij voor een nieuw wetboek dat alle tot dan toe geldende wetten zou vervangen, de Code Civil, later meestal Code Napoleon genoemd. Ook in de gebieden die Frankrijk veroverde werd de Code Napoleon ingevoerd. Daardoor zijn er in grote delen van West-Europa nog altijd veel overeenkomsten in de wetgeving.
In de Code Napoleon stond onder meer dat alle burgers gelijk zijn voor de wet. Geen enkele groep mocht voorrechten genieten. Omdat voor iedereen dezelfde wetten golden, kon Napoleon zijn rijk als een eenheid besturen.
Een van de dingen die Napoleon centraal wilde regelen, was onderwijs. Onderwijs was volgens hem een taak van de staat. Doel van het onderwijs moest zijn het volk op te voeden tot trouwe, ordelijke, hardwerkende burgers. Dat was te belangrijk om aan de kerk of aan het stadsbestuur over te laten. Ook moest het onderwijs iedere leerling de kans geven de top te bereiken, net als Napoleon zelf.
Economisch ging het Frankrijk in deze periode voor de wind. De rijke burgerij profiteerde van de manier van aanpakken van Napoleon. Hij herstelde wegen, liet bruggen en schepen bouwen en plaatste grote orders voor het leger. Voor het volk was hij een idool: een gewone jongen die Frankrijk overwinningen had gebracht. Tegenstanders van Napoleon hadden het moeilijk, want Napoleon had ook zijn geheime politie voortreffelijk georganiseerd. Het arresteren en berechten van tegenstanders gebeurde niet langer in het openbaar. Er werd achter gesloten deuren gewerkt en de pers stond onder controle.
De oorlogen van Napoleon
De meeste faam ontleent Napoleon aan zijn militaire successen. In tien jaar tijd slaagde hij erin om vrijwel heel Europa te veroveren. Napoleon was een uitstekend strateeg en veldheer. Maar hij had ook n geweldige voorsprong op zijn tegenstanders: zijn leger bestond uit dienstplichtigen. De Franse soldaten vochten dus voor hun vaderland en voor de revolutie, de soldaten van de tegenstander vochten voor hun soldij.
Ook onder Napoleon hadden de Fransen het idee dat ze voor een grote zaak streden: de verspreiding van de ideen van vrijheid, gelijkheid en broederschap. Napoleon betekende voor de Fransen niet het einde, maar de bekroning van de Franse revolutie. Zeker zolang het goed ging.
