De adel en de geestelijkheid daarentegen hoefden geen cent belasting te betalen. Dat was een van de vele eeuwenoude voorrechten in deze standenmaatschappij. En aan het hof feestten de bevoorrechten intussen gewoon door. Op kosten van het volk. Vooral van de koningin, Marie-Antoinette, ging het verhaal rond dat zij er enorme sommen geld doorheen jaagde. Dat blijkt wel uit haar bijnaam: *Madame Deficit' (Mevrouw Tekort).
De revolutie begint
Parijs, de hoofdstad van het grote Frankrijk, was altijd al in rep en roer. De Ntre Dame torende boven de oude stad uit. Langs de kaden van de Seine stonden de grote paleizen. Dat waren nu ministeries geworden, want de koning woonde in Versailles. twintig kilometer buiten de stad. De nauwe, vochtige straten met hun honderden winkeltjes, werkplaatsen, kroegen. theatertjes en markten herbergden een miljoen mensen. Het geschreeuw en de drukte verstomden pas laat in de avond, als de fakkels, die de stad een spookachtig aanzien gaven, n voor n doofden. Vergeleken met Parijs waren alle andere steden in Frankrijk provinciesteden, dorpen bijna.
In 1788 ging het gerucht dat Frankrijk failliet was. De koning zou de Staten-Generaal bijeen roepen om een oplossing te vinden. Over dat nieuwtje werd heel wat afgepraat: op de bruggen over de Seine, onder de galerijen van het Palais-Royal, op markten en in kroegen, overal nam men er nog eentje, want er waren grote veranderingen op komst. Dat moest haast wel, want in geen honderd, nee in geen honderdvijfenzeventig jaar was er een zitting van de Staten-Generaal ge-
Went.
In deze sfeer van hooggespannen verwachtingen opende koning Lodewijk XVI in mei 1789 plechtig de zitting van de Staten-Generaal.
De vorming van de Nationale Vergadering
De Staten-Generaal was een standenvergadering.
De adel en de geestelijkheid stuurden elk drie-
honderd vertegenwoordigers, de burgerij mocht
evenveel vertegenwoordigers sturen als de andere
twee standen samen. Wat precies de taak van de
Staten-Generaal was wist eigenlijk niemand. Moesten zij de koning advies uitbrengen, of mochten zij ook zelf wetten maken? Het was ook al zo lang geleden dar zij voor het laatst bijeen waren geroepen.
Bij de opening vroeg de koning de afgevaardigden om hulp voor de financiele problemen van het land. Ook gaf hij opdracht om per stand te stemmen. Dat was niet naar de zin van de Derde Stand, want adel en geestelijkheid zouden dan altijd met 2 tegen 1 hun zin krijgen. Als er daarentegen per afgevaardigde gestemd zou worden. zou de Derde Stand al snel in de meerderheid zijn: daar waren de stemmen van slechts enkele edelen of geestelijken voor nodig. De afgevaardigden van de Derde Stand vonden dat zij 98 procent van de bevolking van Frankrijk vertegenwoordigden, Volgens hen vertegenwoordigden de edelen en geestelijken alleen zichzelf De edelen en de geestelijken dachten daar heel anders over: een edelman vertegenwoordigde ook zijn boeren en knechten, een pastoor vertegenwoordigde zijn parochie, de gelovigen. Edelen en geestelijken vonden de stemverhouding dus helemaal niet zo oneerlijk.
De afgevaardigden van de Derde Stand hielden vol dat er op een andere manier gestemd moest worden. Toen zij op zo juni bijeen wilden komen en de deur gesloten troffen, trokken zij naar een nabijgelegen kaatsbaan - ergens anders kon je niet zo snel zeshonderd man kwijt. Daar riepen zij zichzelf uit tot 'Nationale Vergadering' en zwoeren niet uit elkaar te gaan voordat Frankrijk een grondwet had gekregen. In die grondwet wilden zij precies opschrijven wat de taken en de rechten van de koning waren en over welke zaken de Nationale Vergadering mocht beslissen. In de grondwet moesten ook de rechten van alle burgers worden vastgelegd.
