Schilderijen: gewoon aan de muur
lik Republiek kende in de Gouden Eeuw een opvallend groot aantal uitstekende schilders. Bekende namen als Frans Hals, Johannes Vormeer, Rembrandt van Rijn, Jacob van Ruysdael, Hercules Seghers en Jan Steen zijn nog maar her topje van de ijsberg. Leven van de kunst kon trouwens bijna niemand. Rembrandt had soms geld als water maar stierf arm. Vormeer kon de bakker niet betalen en Seghers dronk zich dood. Wie tegenwoordig een Jan Steen van zolder tovert is verzekerd van een rustige oude dag, maar zelf kon deze schilder van zo'n vijfhonderd doeken nog niet eens een bescheiden pensioentje sparen.
Al deze schilders zouden waarschijnlijk raar opkijken als ze zouden weten dat hun werk nu over de hele wereld in musea hangt: musea waren er nog niet in de 17e eeuw. Zij werkten voor opdrachtgevers die gewoon een mooi stilleven of landschap in hun huis wilden ophangen. Zoals wij streepjesgordijnen bij het nieuwe bankstel. Het schilderij hiernaast bijvoorbeeld is in opdracht gemaakt. Het is een 'schuttersstuk' van de Haarlemse schilder Frans Hals. Schurterssrukken werden gemaakt in opdracht van de officieren van een schuttersgilde. Schutters waren in de middeleeuwen nog belangrijk geweest bij de verdediging van de stadsmuren. maar in de 17e eeuw, de tijd waarin dit schilderij gemaakt werd. speelden zij militair niet meer zo'n grote rol - er waren immers staande legers gekomen. Maar in de politiek van de stad zelf spraken de schutters (vooral de aanvoerders) vaak nog wel een woordje mee. Wie bij de schutters hoorde, was een beetje belangrijker dan andere, gewone burgers. En dat moest natuurlijk worden vastgelegd: op een schuttersstuk.
