Aan kerkbouw werd weinig gedaan. De protestanten hadden alle grote kerken in bezit genomen en ze ontdaan van 'onnodig' uiterlijk vertoon. Pas in de 18e eeuw zetten de lutheranen in Amsterdam een flinke kerk neer. Omdat de bevolking van deze stad zo snel groeide, werden daar in de 18e eeuw maar liefst drie nieuwe kerken gebouwd. En omdat protestanten het niet zo op heiligenverering hadden, kregen die kerken eenvoudige namen mee de Noorder-, Zuider- en Westerkerk.
Veel steden danken hun uiterlijk aan wat er in de Gouden Eeuw aan gebouwen is neergezet. De centra van Haarlem, Maastricht, Leiden, Kampen, Delft, Middelburg hebben een 17e-eeuws gezicht.
En Amsterdam natuurlijk. Tot de Tweede Wereldoorlog zag Rotterdam er trouwens ook zo uit. Het is jammer dat we de grote schrijvers uit de Gouden Eeuw niet makkelijk meer kunnen lezen. lammer, maar wel onze eigen schuld, we hebben een flink aantal malen de spelling veranderd. Voor een nieuwe generatie zijn boeken in de oude spelling moeilijk leesbaar. In Engeland is de spelling sinds 1600 nauwelijks veranderd. Daar kan iedereen dus nog 17e-eeuwse boeken lezen. In de 17e eeuw schreef men nog gewoon wat er voor de pen kwam, duizend of duisend, duysent of duysend. Geen mens kwam op het idee daar een rode streep doorheen te halen. Niet de schoolmeesters, maar de schrijvers maakten uit hoe de taal eruit moest zien.
De bekendste schrijver uit de Republiek was loost van den Vondel. Vondel was een kind van de Renaissance, zijn toneelstukken stonden vol verwijzingen naar de Klassieke Oudheid. Ook tegenwoordig worden zijn stukken nog wel gespeeld. Een andere bekende naam is die van Jacob Cats. Cats zouden wij tegenwoordig wat minder op prijs stellen, omdat hij in zijn gedichten nogal doorzeurt over wat de oplettende burger wel en niet mag doen. Schrijver was trouwens geen vak in de Gouden Eeuw, dat deed je er bij. Cats bijvoorbeeld was raadpensionaris van Holland, Vondel had een kousenwinkel.
Wetenschap in de Republiek
De grootste geleerden van de Republiek waren
Hugo de Groot en Christiaan Huygens. De laat-
ste, een vriend van Newton, deed een knappe uit-
vinding, het slingeruurwerk. Dat uurwerk onder-
scheidde zich van al zijn voorgangers door zijn
betrouwbaarheid - en dat was nu precies waar
zeelieden, natuurkundigen en sterrenkundigen
bij hun waarnemingen behoefte aan hadden. Het
bijzondere van Huygens is dat hij niet alleen de
theorie achter de klok bedacht, maar dat hij zo
handig was dat hij de klok ook zelf kon bouwen. Hugo de Groot is in Nederland vooral bekend geworden doordat hij in een boekenkast uit slot Loevestein wist te ontsnappen. In het buitenland is hij vooral bekend als rechtsgeleerde. Dat schepen vrij kunnen rondvaren en dat vissers bijna overal hun netten kunnen uitwerpen. is ooit zijn idee geweest. De zee moest volgens hem vrij zijn. Land kon onder staten verdeeld worden, maar de ree niet. Dat is tegenwoordig nog steeds het uitgangspunt van de internationale rechtsorde.
