Eten en drinken
Rond 1600 kwam het ontbijt in de mode. Tot die tijd stond men op, at wat konten van de vorige dag en ging aan het werk. Dat gebruik komen we in Frankrijk en Itali nog steeds tegen. In de ochtend moet je de honger voelen, zeggen ze daar. De gewone man at zwaar. donker brood dat hij met ranzige gele boter besmeerde. Beleg bestond uit kaas of worst; dat was voor de meeste burgers nog wel betaalbaar. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat die worsten vroeger beter gevuld werden dan nu: slachtafval, pens. uiers en kopvlees werden in varkensdarmen gepropt. Als warme maaltijd kwam stamppot op tafel: bonen, wonden en uien, gemengd met broodresten en voor de gelukkigen: reuzel of kaantjes. Dit alles werkte men. de onderarm beschermend om her bord geslagen, met een lepel of met de hand naar
binnen. 'Wanneer men met eerlyke reine luiden eet, vind ik het gebruik der vingeren en van hetzelfde glas, de geringste reden van afkeer niet', luidde het commentaar van een schrijver uit deze tijd. Ook pap werd veel gegeten, en niet alleen door kinderen.
De volksdrank was bier - geen water of melk, want daar moest je mee uitkijken. Amsterdam liet zijn drinkwater daarom met waterschuiten uit de Vecht en uit de Loosdrechtse plassen aanvoeren. Dat kan tegenwoordig weer niet. Wie rijk was dronk wijn, uit tinnen kroezen en later uit glazen. Wie geen wijn kon betalen dronk jenever. Jeneverstokerijen waren even talrijk als benzinestations nu. Vooral het 'lagere volk' wist er wel weg mee. Bij de burgerij ging de fles na drie borreltjes weer in de kast. Aardewerk en porselein kwamen steeds meer in trek. Aardewerk werd in Delft gebakken, porselein in Weesp en Loosdrecht.
Dit vaatwerk sloot aan bij de Chinese mode waar Europa in de 18e eeuw van in de ban was. Ook theedrinken hoorde bij die mode: vanaf 7w werd dat een vast middagritueel. Ook koffie werd een populaire drank, hoewel men zich wel afvroeg of koffie eigenlijk wel zo gezond was. De
grootste ondeugd was zonder twijfel het pijproken. De dominees gingen dan ook fel tekeer tegen de akelige gewoonte van het 'toebacksuygen'. Maar hoewel de Republiek een godvrezende natie was, werd nergens zoveel gerookt als hier.
Snoep, chocola, suiker en poffertjes zijn allemaal lekkernijen die na 1700 populair werden. Dat kwam ook doordat aan tafel meer rekening werd gehouden met kinderen: die kregen steeds vaker zoetigheid te eten.
Kunst en wetenschap in de Gouden Eeuw
Als de Gouden Eeuw precies honderd jaar moet duren, dan zijn de jaartallen 1588 en 1688 wel heel geschikt als begin- en eindpunt. Tussen die twee jaartallen leefden namelijk alle grote schilders, geleerden en schrijvers van de Gouden Eeuw.
Het mooiste gebouw uit die eeuw is zonder twijfel het Paleis op de Dam. Het werd gebouwd als stadhuis; de Burgerzaal was een ontmoetingsplaats voor de burgerij. In Den Haag liet stadhouder Frederik Hendrik van de opbrengst van de Zilvervloot 'Honselaarsdijck' bouwen. Want hij mocht dan wel geen koning zijn, dat betekende niet dat voor hem (en niet te vergeten zijn vrouw) geen hofleventje zou zijn weggelegd.
