Oorlog en vrede 1648-1763
In Frankrijk was Lodewijk XIV oppermachtig, maar het is hem niet gelukt om Europa te veroveren. Dar kwam vooral doordat het denken over oorlogvoering in de 17e eeuw drastisch veranderde. Grote mogendheden als Engeland, de Republiek en ook Frankrijk zelf maakten veel werk van hun verdediging. De Republiek bijvoorbeeld had op strategische plaatsen langs de grens een serie forten gebouwd. We noemen dat een territoriale verdediging. Voor zo'n verdediging waren meer manschappen nodig en het kostte ook veel meer geld, maar dat had men er voor over. Soldaten vochten vanaf de 17e eeuw vooral met vuurwapens. Door de betere transportmogelijkheden en de verbeterde techniek van het ijzergieten werd ook zwaar geschut, artillerie, steeds belangrijker. Dat was 'nodig' voor het beschieten van forten, want ook daar stond de techniek niet stil.
In de 17e eeuw kwam het staande leger in de mode. Zulke legers zijn het best te vergelijken met de legers die Marius en Caesar in het oude Rome aanvoerden. De soldaten bleven dus ook in vredestijd in dienst. Dat was duurder dan een huurleger, maar een staand leger boezemde de vijand meer schrik in. Dienstplicht was er overigens nog niet. Toch kon Frankrijk rond 1680 over 400.000 soldaten beschikken.
Oorlog voeren en onderhandelen
Dat was veel te veel, naar de zin van Engeland en de Republiek. Daarom sloten deze twee landen een bondgenootschap tegen Frankrijk. Zo hield men al in de tje eeuw het machtsevenwicht in de gaten. Het heeft Engeland en de Republiek dertig jaar en twee oorlogen gekost om Frankrijk binnen zijn grenzen te houden.
Maar er werd niet alleen op het slagveld strijd geleverd. De oorlogen van de 17e en 18e eeuw werden ook uitgevochten aan de onderhandelingstafel. Een goed voorbeeld hiervan is de Spaanse Successieoorlog. Die oorlog ging om de Spaanse
troon. Toen de koning van Spanje, uit de familie Habsburg, kinderloos stierf, wist Lodewijk XIV zijn kleinzoon Filips V op de troon te krijgen. Dat was een ernstige verstoring van het machtsevenwicht in Europa; Frankrijk altn was al machtig genoeg, vonden de andere landen. De oorlog die volgde, om de successie (.opvolging) van de Spaanse troon, kende geen echte winnaar. Toch wisten alle betrokken partijen bij de vrede wel een voordeeltje te bedingen. Filips V mocht koning blijven, Engeland kreeg Gibraltar. De familie Habsburg raakte Spanje kwijt, dus kregen ze de Zuidelijke Nederlanden en Itali ervoor terug. De Republiek kreeg niets, die telde na zoo al nauwelijks meer mee in het spel om de macht dat de grote mogendheden speelden.

Oude en nieuwe mogendheden
In de 18e eeuw verloor ook Frankrijk veel van zijn macht. Er kwam een nieuwe machtige staat bij in Europa: Pruisen. Dit kleine landje, een van de tientallen Duitse vorstendommetjes, bouwde een sterk leger op, en veroverde daarmee veel gebieden van zijn buren, Oostenrijk en Polen. In het vorige hoofdstuk hebben we al gezien dat Frankrijk zijn overzeese bezittingen aan Engeland moest laten. In de 19e eeuw zou Engeland de wereldzeen regeren; op het vasteland werd Pruisen de sterkste Europese mogendheid.
