Het Frankrijk van Lodewijk XIV
In hoofdstuk 1 heb je kennis kunnen maken met Niccol Machiavelli. Zijn boek 'De heerser' ging over politiek en macht. Machiavelli was natuurlijk niet de enige die over macht nadacht: koningen en hun adviseurs bijvoorbeeld deden dat ook. Lodewijk XIV is daar het beste voorbeeld van. Deze Franse koning voerde een uitgekiende machtspolitiek. Het doel van die politiek was her vergroten van de invloed van de Uitat.
Wie macht wil veroveren, moet laten zien dat hij het al heeft. Dat deed Lodewijk XIV. In Versailles (leven buiten Parijs) het hij een paleis bouwen dat alle andere paleizen overtrof. Met een hofhouding zoals de mensen die nog nooit gezien hadden. Lodewijk kende zichzelf de titel 'Zonnekoning' toe. Daarmee verwees hij naar Egyptische farao's als hij al niet andere vorsten vergeleken kon worden, dan moesten dat toch minstens de goddelijke farao's zijn. Met de titel Zonnekoning verwees hij ook naar het nieuwe idee dat niet de aarde, maar de zon de spil was van het planetenstelsel. Precies zo draaide het in Frankrijk om hem, en moest het in Europa om Frankrijk gaan draaien.
De briljante penningmeester Colbert
De kostbare hofhouding. de paleizen en de vele
oorlogen die Lodewijk voerde, kostten handenvol
geld. Dat geld moest ergens vandaan komen: de
belastingen moesten meer gaan opbrengen. De
minister van Financien van Lodewijk: Colbert.
begreep dat dit alleen zou lukken als hij de
Franse industrie een handje zou helpen. Daarom
liet hij buitenlanders die hun produkten in
Frankrijk wilden verkopen, hoge invoerrechten
betalen. De Franse fabrikanten kregen het dus
makkelijker, want ze hadden weinig last van bui-
tenlandse concurrentie. Doordat de Franse ondernemers meer konden produceren, konden ze meer mensen in dienst nemen. Rijke fabrikanten en grote aantallen arbeiders zijn goed voor de schatkist van de staat, want die mensen kunnen belasting betalen. Dat werkt nog steeds zo, maar Colbert had dat dus al vroeg in de gaten. De bekwame penningmeester schafte ook op veel plaatsen de tol af. Tol is geld dat je moet betalen om (met je produkten) van de ene plaats naar de andere te mogen reizen. Voor de handel en de industrie was (en is) tol dus een lastig obstakel. Het doel van Colbert bij dit alles was vooral het vullen van de Franse schatkist. Dat lukte hem aardig. Tot zijn dood in 1683 was Frankrijk financieel gezond: de schuld bedroeg slechts wo miljoen ponden. Dat is een heel bedrag, maar voor een land met twintig miljoen inwoners, waar een werkman ongeveer honderd pond per jaar ver diende, toch ook weer niet zo gek veel geld. Toen Lodewijk XIV in 1715 naar zijn graf werd gedragen, was het tekort op de Franse begroting opgelopen tot drie miljard ponden. En dat was natuurlijk andere koek.
Een absolute vorst
Aan het eind van de 16e eeuw was in Frankrijk de
godsdienstoorlog tussen de katholieken (die in de
meerderheid waren) en de protestanten bein-
digd met het Edict van Nantes. Daarin stond dat
de protestanten met rust gelaten zouden woeden.
In 1685 trok Lodewijk XIV het Edict van Nantes
in. Voor protestanten betekende dat kiezen tus-
sen katholiek woeden of vertrekken. Tienduizen-
den ijverige, bekwame handwerkslieden en on-
dernemers deden het laatste: zij vertrokken naar
de omringende landen. Voor de Franse economie
was dit een gevoelig verlies. Het laat ook goed
zien dat Lodewijk XIV geen koning was als zijn voorgangers. Geen koning vr hem kon zo'n geweldige blunder begaan en toch nog dertig jaar lang doorregeren. We noemen hem dan ook de eerste absolute vorst: zijn macht was absoluut (-onbeperkt). In de tijd van Lodewijk XIV geloofden veel mensen dat een koning door God was aangesteld om over het land te regeren. Wie zich verzette tegen de wil van de koning. verzette zich dus eigenlijk tegen de wil van God. Lodewijk zelf beriep zich dan ook op het 'Goddelijk recht' om Frankrijk volgens zijn eigen ideeen te regeren. Een andere manier om de absolute vorst Lodewijk XIV te bekijken, is als revolutionair. Niet van het sjofele soort dat we van de 20e eeuw kennen, maar eentje in het purper en op een troon. Want wat Lodewijk deed was in zekere zin revolutionair: hij brak de macht van de adel, legde de kerk aan banden en maakte ondernemers afhankelijk van de staat. Bovendien deed hij, met een leger van 400.000 soldaten, een gooi naar Europese heerschappij. Het doel van Lodewijk was macht, en Frankrijk was zijn instrument om die macht te verkrijgen.
