De wetenschappelijke revolutie
In de middeleeuwen namen onderzoekers bepaalde dingen voor waar aan. God had een ronde, platte aarde geschapen, met Jeruzalem als middelpunt. De aarde zelf was het middelpunt van het heelal. Die dingen stonden vast, daar hoefde niet aan getwijfeld te worden. Het was een volraakte schepping.
In de Renaissance kwam de belangstelling voor de wetenschap van de Grieken weer tot leven. De Griekse geleerden pakten hun onderzoek op een andere manier aan. Eerst kijken, waarnemen: wat gebeurt er precies? Wat voor conclusies kunnen we daaruit trekken?
In de 16e eeuw kwamen er steeds meer onderzoekers die volgens het Griekse voorbeeld gingen werken.
Verwarrende waamemingen
De nieuwe (maar eigenlijk oude) manier van onderzoeken leidde al snel tot opmerkelijke resultaten. Zo beweerde de Poolse sterrenkundige Copernicus dat niet de aarde, maar de zon het middelpunt van her planetenstelsel was. Bewijzen kon hij dat niet. Wel wist hij dat tweeduizend jaar daarvoor de Grieken al tot dezelfde conclusie waren gekomen.
De Duitser Johannes Kepler ging een stapje verder. Hij nam waar dat de planeten geen cirkels om de zon beschreven, maar ellipsen. Mars, Venus, Mercurius deden dat ook nog eens in hun eigen tempo. Interessant, zouden wij zeggen. Maar verder zouden we daar niet echt van ondersteboven zijn. In de tje eeuw lag dat anders. Want hoe was dit allemaal te rijmen met het 'volmaakte heelal' dat God had geschapen?
De Italiaanse geleerde Galileo Galilei kon als eerste met een echte sterrekijker werken. Zijn waarnemingen maakten de verwarring compleet. Hij ontdekte bergen op de maan, manen bij de planeet Jupiter en betrapte Venus als morgen- n avondster. Wie zou het volgende nare bericht brengen?
De oplossing van Newton
In de deftigste kerk van Londen, de Westminster Abbey, ligt tussen koningen en zeehelden ook n geleerde begraven. Dat is een hele eer. Zeker voor iemand die op de dorpsschool nog voor don, werd versleten. Hoe komt die geleerde daar? Sri Isaac Newton deed de wereld versteld staan dooi voor alle verwarrende waarnemingen n verklaring te geven: zwaartekracht. De wet van de zwaartekracht verklaart alle bewegingen, van een vallende appel tot een draaiende planeet. Atomen en het zonnestelsel worden door die ene kracht bijeen gehouden. Het is zo'n theorie die iedereen kan begrijpen, maar eerst door iemand bedacht moet worden.
Ontdekkingen als die van Newton herstelden het geloof in de harmonie van het heelal. Het zonnestelsel was betrouwbaar als een klok; de natuur gehoorzaamde aan wetten die de mens kon leren kennen. De Schepping van God zat dus wel verfijnd in elkaar, maar er was niets geheimzinnigs aan. De wetenschap stelde de mens in staat om de Schepping te begrijpen.
Kennis, eengevoel van macht
Sterren, planten en dieren: niets ontkwam aan de nieuwsgierige blikken van de 17e-eeuwers Waarnemingen leidden tot beschrijvingen, beschrijvingen tot conclusies en conclusies tot toepassingen. Zo systematisch als in de tje eeuw was de wereld nog nooit verkend. De onderzoekende en denkende mens kreeg grip op dingen die nooit eerder verklaard waren. Eigenlijk was dat een vorm van macht. Dat gevoel van macht, macht over de natuurwetten die voor alles leken te bestaan, gaf geleerden en hun lezers veel vertrouwen in het kunnen van de mens.
De veranderingen die door de nieuwe manier van onderzoeken tot stand kwamen, waren ingrijpend. Er kwamen veel meer onderzoekers. Die onderzoekers kregen meer erkenning. Ze gingen ook meer samenwerken. Samen bouwden ze een enorme hoeveelheid kennis op. Door al die kennis zou er in Europa in korte tijd veel veranderen. Omdat de veranderingen in en door de wetenschap in de 17e eeuw zo ingrijpend waren, spreken we van de wetenschappelijke revolutie.
