Engelse en Franse wereldheerschappij
Engeland en Frankrijk groeiden tussen de 17e en 19e eeuw uit tot de grootste koloniale mogendheden van Europa. Samen hadden ze zo'n zestig kolonien, verspreid over de hele wereld. Enkele van die kolonien waren vele malen groter dan hun bezetters: India bijvoorbeeld, dat in handen van de Engelsen was. Door hun enorme koloniale bezittingen zouden deze twee landen een tijdlang de machtigste ter wereld zijn. Zelfs nu nog zijn zij vertegenwoordigd in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Veel grotere landen met veel meer inwoners. zoals India. Brazili of Indonesi zitten daar niet in.
Engeland wint. Frankrijk verliest
In de 17e eeuw stichtten de Engelsen kolonin in
Amerika. Het waren volksplantingen en de sa-
menleving die er ontstond leek in veel opzichten
op de Engelse maatschappij. Ook Franse handelaren kwamen in Amerika terecht, maar hun nederzettingen groeiden niet uit tot kolonien. De Franse expedities in Canada en langs de Mississippi waren toch al niet erg vruchtbaar. Ze werden ondernomen door Normandirs, Eretonnen en andere avonturiers uit de Franse kuststreek. Op steun van de regering in Parijs hoefden deze lieden niet te rekenen. Pas in de 18e eeuw begreep de Franse regering hoe belangrijk het was om kolonin te hebben. Maar toen was de buit al verdeeld. In 1713 pikten de Engelsen zelfs de Franse bezittingen in Canada in en vijftig jaar later ook Nouvelle Orlans en Louisiana in Amerika. In Azi hadden de Fransen al evenmin succes, want in 1763 vielen ook hun Indische bezittingen in Engelse handen. De Engelsen hadden, met hun omvangrijke bezittingen in Amerika en India, het grootste imperium (=wereldrijk) uit de geschiedenis. Om dat imperium te beschermen was natuurlijk een sterke vloot nodig. Rond 180o regeerde de Engelse vloot dan ook de wereldzeen.
Europa verdeelt de Afrikaanse buit
Afrika was rond die tijd nog niet verdeeld onder de grote mogendheden. De Europeanen kenden alleen de kustlijnen en riviermondingen van dit enorme continent. Wel speelde Afrika voor Engeland, Frankrijk, Nederland en Portugal een belangrijke rol als leverancier van slaven.
In de 19e eeuw werd Afrika verdeeld tussen Engeland en Frankrijk. Ook Itali, Portugal en Belgi pikten een stukje mee. Grote conflicten tussen de Europeanen om de verdeling van deze koloniale buit deden zich ditmaal niet voor. In een atlas
kun je zien dat veel grenzen in Afrika eenvoudigweg met de liniaal getrokken werden.
Vanaf 185o gingen de twee koloniale mogendheden die elkaars grootste concurrent waren, zelfs met elkaar samenwerken. Een Frans-Engelse maatschappij legde het Suezkanaal aan. In 1869 werd het geopend. Sindsdien hebben Engeland en Frankrijk vrijwel altijd samengewerkt. vooral in het Midden-Oosten.
Nederlanden en de we
Nederland heeft in zijn geschiedenis een merkwaardige band met de zee: het water is tegelijk een vijand en een bondgenoot. Geen land in Europa heeft zo vaak onder water gestaan door overstromingen. Maar geen land in Europa ook heeft zoveel verdiend aan de zeevaart.
Rond 1550 hadden Lissabon en Antwerpen de grootste havens ter wereld. Maar Amsterdam had de grootste handelsvloot. De Amsterdammers hadden toen al de belangrijke graanhandel met het Oostzeegebied in handen. Ook in de havens aan de Middellandse Zee en aan de Atlantische kust waren Hollanders en Zeeuwen geen onbekenden. Voor reizen naar Azi of Amerika hadden zij weinig belangstelling.
