De Azteken
De Azteken hadden vanaf de 14e eeuw het ene na het andere volk onderworpen. Het enorme Aar, kenrijk werd bestuurd vanuit de hoofdstad Tenochtitlan. die onder leiding van het opperhoofd Tenoch op kunstmatige eilanden in een meer was gebouwd. Zelfs Spanjaarden die in Rome ot Constantinopel waren geweest. waren onder de indruk van deze stad, met haar prachtige tempels en vernuftige aquaducten.
Op de tekening zie je war Corte, en zijn mannen waarschijnlijk nog meer zagen. Op de voorgrond geeft het meisje een tomaat aan een jongetje. Verder biedt zij allerlei gewassen aan die de Spanjaarden niet kenden. paprika's. avocado's, mais en pompoenen. Al deze gewassen zijn later over de hele wereld verspreid. De Azteken hadden tortilla's pannekoeken van masmeel), chocola en bonen op het menu. Hondenvlees en kalkoen golden als een lekkernij.
Roeren en handelaren droegen hun haar sluik. soldaten bonden her op met kleurige linten. De twee soldaten rechts behoren tot de eliteregimenten: de jaguars en de adelaars. Getrouwde vrouwen droegen het haar in een wrong. bij meisjes hing het los. De haardracht en kleding laten zien dat standsverschillen erg belangrijk waren. Op de achtergrond zie je de tempel, waar dagelijks mensenoffers werden gebracht. De Azteken gebruikten hiervoor vooral slaven die ze in de oorlog hadden buitgemaakt. Priesters sneden het hart uit de levende lichamen en wijdden het aan de zon. De Azteken geloofden dat hun goden wreed en wraaklustig waren. Zonder offers zouden zij de wereld in duisternis laten wegzinken. De zon zou met meer aan de hemel verschijnen. Daarom namen de Azteken fier zekere voor het onzekere. Bij een ritueel voetbalspel bijvoorbeeld werden de verliezers gedood, als offers aan de goden.
