Veel geografische kennis gaat verlorenNa Alexander de Grote stichtten de Romeinen 1 nog groter wereldrijk. dat bovendien veel langer zou blijven bestaan. Toch hebben we van 
veel minder reisbeschrijvingen. De Romeinen lijken veel minder nieuwsgierig naar andere culturen dan de Grieken. Ze stelden vooral praktische vragen: welke route je precies moest volgen om ergens te komen bijvoorbeeld. Daarvoor was een kaart natuurlijk erg geschikt, maar die gaf niet echt een beeld van hoe het gebied eruit zag. De Europeanen in de middeleeuwen hadden nog minder benul van hoe de wereld eruit zag. Met de ondergang van het Romeinse rijk was ook alle geografische kennis verloren gegaan. Een vorst als Karel de Grote wist eigenlijk nauwelijks hoe zijn grote rijk eruit zag. De kerk wilde zelfs niets weten van het idee dat de wereld bolvormig was. 'Kan iemand zo dom zijn te denken dat er een plek op de wereld bestaat waar de bomen naar beneden groeien en de regen naar boven valt?', schreef een geestelijke in de vierde eeuw. Zelfs de Noormannen. die wel van een uitstapje hielden. voeren meer op hun gevoel dan op grond van informatie.
Ook de kruisvaarders hadden maar een heel vaag idee van Jeruzalem en het Heilige Land. In die tijd waren vooral T/O-kaarten populair. Dat waren geen reiskaarten; T/O-kaarten lieten zien dat de wereld een volmaakte vorm had: rond. De wereld was immers een schepping van God en moest dus wel volmaakt zijn. De wateren en de werelddelen vormden samen de eerste letter van zijn heilige naam, de T van Theos (= God).
Na de kruistochten
De Europeanen kregen pas weer een betrouwbaarder beeld van de wereld toen ze door de kruistochten in aanraking kwamen met de Arabische cultuur. De Arabieren waren knappe geografen en kaartenmakers. Ze kenden niet alleen de werken van Griekse geografen Strabo en Ptolemes; ze hadden ook beschrijvingen van de kusten van Oost-Afrika en van landen als China en India. De bekendste Europese reiziger uit deze tijd is Marco Polo. die rond 1300 naar het verre China reisde. Maar een Arabische tijdgenoot, Ibn Batoeta. heeft de hele toen bekende wereld gezien: Oost-Afrika, de Oekrane, Afghanistan, India, Maleisi, China.
De Chinezen hadden op hun beurt een flinke voorsprong op de Arabieren. Een logische vraag is dan: waarom waren Ibn Batoeta en Marco Polo in China vrdat de veel knappere Chinezen Europa bereikten? En verklaring is natuurlijk dat de Europeanen geloofden dat Azi heel rijk was. De Chinezen waren er van overtuigd dat er buiten China niet veel bijzonders te vinden was.
Gepeperde prijzen
De Europeanen waren goede klanten van de Arabieren, die uit Azi peper, kruidnagelen, kaneel en nootmuskaat aanvoerden. Dit soort specerijen gaf een lekkere smaak aan het voedsel dat in de herfst werd ingezouten, gedroogd of gerookt om het goed te houden. Uit Azi kwamen ook parfums. wierook en reukwaren die de stank van ongewassen lichamen verhulden. Dat waren uitzonderlijk dure produkten. De karavaanroutes voerden door ijzig koude streken, langs hoge bergpassen en door verzengend hete woestijnen. Op de Middellandse Zee en de Indische Oceaan wemelde het van de piraten. Geen wonder dat de Arabieren zich flink lieten betalen en dat de Europese tussenhandelaren dat in hun prijzen weer dubbel en dwars doorberekenden.
Toen in de 14e eeuw de Turken Centraal-Azi veroverden, werd handel drijven op de karavaan route helemaal een riskante onderneming. Nu werden specerijen echt 'peperduur'. Het Europese land dat de zeeroute naar Azi zou weten te vinden, zou gouden tijden tegemoet gaan.

De Portugezen
Na 1300 was Lissabon een belangrijke handelsstad geworden. De Portugese koningen hebben veel gedaan om de handel te stimuleren. Zo stichtte prins Hendrik de Zeevaarder in 1416 in het zuid-Portugese Sagres de eerste zeevaartschool ter wereld. In deze school vloeide heel wat kennis samen. Er werkten cartografen, sterrenkundigen, wiskundigen en scheepsbouwers. maar ook ervaren zeevaarders die je alles konden vertellen over de stromingen.
Bartholomeus Diaz vaart om Afrika heen
Prins Hendrik stuurde er elk jaar expedities op uit die stukje voor stukje de westkust van Afrika verkenden. Zou langs deze weg de route naar Indi gevonden kunnen worden? Resultaten waren belangrijk, want voor reizen die geen winst opleverden waren geen geldschieters te vinden. Daarom stichtten de Portugezen vanaf 1445 handelsposten aan de Afrikaanse kust. De belangrijkste produkten die zij verkochten waren ivoor, goud en slaven.
In 1489 keerde Bartholomeus Diaz van een expeditie terug met het nieuws dat hij het zuidelijkste punt van Afrika bereikt had. De Portugese koning liet dat punt Kaap de Goede Hoop noemen. Lissabon werd nu een magneet voor geldschieters. want iedereen verwachtte dat de eerste reizen naar Indi enorme winsten zouden opleveren.
