Reizen in de oudheid
Het reizen en het ontdekken van nieuwe streken, vreemde volken en andere gewoonten is zo oud als de scheepvaart en misschien al zo oud als de handel. Zo lang als er geschreven bronnen zijn, zo lang is er sprake van vreemdelingen; al in Oeroek en in het oude Egypte werd er melding van gemaakt. Ook het stichten van kolonien kwam al in de oudheid voor. Denk maar aan de Grieken die Zuid-falie in bezit namen. Of aan Alexander de Grote die op een van zijn veldtochten in een nieuwe en volkomen onbekende wereld terecht kwam: India. Dat was de eerste ontdekkingsreis die vanuit Europa ondernomen werd. De teke-
ning laat zien met hoeveel belangstelling de Grieken die nieuwe wereld bekeken. Een landmeter stelt zijn instrumenten op om her nieuwe land in kaart te brengen. De mannen rechts onderzoeken van verschillende soorten steen of ze erts bevatten. Op de voorgrond geven Indirs uitleg over iets wat de Europeanen niet kenden: de katoenplant.
Veel van die nieuwe dingen liet Alexander naar Griekenland overbrengen om ze te laten onderzoeken: allerlei soorten planten, stenen en dieren. De tocht van Alexander wakkerde natuurlijk de belangstelling voor andere volken en landstreken aan. Het door hem gestichtte Alexandri, aan de monding van de Nijl, groeide uit tot een wereldstad waar handelaren uit India, China, Arabi en Afrika elkaar troffen. De stad had een enorme
bibliotheek, die probeerde alle boeken die ooit geschreven waren in haar bezit te krijgen. Een van de heersers van Alexandri liet zelfs alle reizigers die de stad bezochten, fouilleren. Alle boeken die in hun bagage werden aangetroffen, werden in beslag genomen voor de bibliotheek. Als troost kreeg het slachtoffer een kopie.
De Grieken waren de eerste wereldburgers, kosmopolieten. Ze wilden weten wat er op de wereld gebeurde en hoe de wereld (en als het even kon het heelal) in elkaar zat.
