Noord en Zuid gaan uit elkaar
Toch kozen de tien zuidelijke gewesten uiteindelijk de kant van Spanje. Dat was vooral te danken aan de nieuwe Spaanse landvoogd. Parma. Die
le erin de zuidelijke gewesten over te halen
Spanje te blijven. De katholieke gewesten
n ook bezwaren tegen de felle houding van de calvinisten die in het noorden de baas waren. De zeven noordelijke gewesten: Holland, Zeeland, Utrecht. Gelre, Overijssel. Friesland en Groningen, hielden hun verzet vol. In 1581 zwoeren ze Filips af als landsheer.
Na 1581 leefden de noordelijke gewesten tussen hoop en vrees. Het was een spannende tijd. De zeven 'dwergstaatjes' zochten steun bij Frankrijk. later bij Engeland, maar dat loste niets op. In 1584 werd de leider van de Opstand. Willem van Oranje, vermoord. Het jaar daarop namen de Spanjaarden Antwerpen in. Die stad had zich in 1579 bij de opstandige gewesten aangesloten. Het zag er dus niet best uit geen bondgenoten, geen leider meer. de rijkste stad in Spaanse handen. Toch hakten de opstandige gewesten in 1588 de knoop door en richtten zij een zelfstandige staat op: de Republiek der Verenigde Nederlanden.
Dat besluit gaf een nieuwe impuls aan de strijd Binnen acht jaar verjaagde Maurits. een zoon van Willem van Oranje, alle Spaanse troepen uit Gelre, Overijssel, Friesland en Groningen. Later werden ook Brabant, Zeeuws-Vlaanderen en Lim- burg veroverd. Die gebieden dienden als buffer regen de Spanjaarden die nog in de zuidelijke ge westen gelegerd waren.
Het bestuur van de Nederlanden
Over het bestuur van een koninkrijk hoef je niet lang na te denken. Daar had in de 16e eeuw de koning de macht; hij liet zijn ambtenaren het rijk besturen volgens zijn plannen. Maar hoe bestuur je een republiek? Dat was een vraag waarop men in de 16e eeuw nog geen antwoord had. Het enige voorbeeld in de geschiedenis was de republiek van de oude Romeinen. Maar die republiek was veel kleiner begonnen. Er moest dus een nieuw plan gemaakt worden. Een plan waar alle zeven gewesten het mee eens zouden kunnen zijn. In 1579 kwam er n lijst met afspraken waar alle gewesten achter stonden: de Unie van Utrecht. In dat verdrag hadden de zeven gewesten afgesproken samen te werken tegen Parma, samen te werken bij de verdediging, en samen de buitenlandse politiek te regelen. Verder zou elk gewest zijn eigen zaken regelen. Dat werd dus de basis voor het bestuur van de nieuwe republiek.
Zelfstandige gewesten Elk gewest had zijn eigen Gewestelijke Staten. De
meeste leden van deze vergadering werden aangewezen door de steden in het gewest. De voorzitter
van de Gewestelijke Staten ging met een paar collega's naar Den Haag. Daar vergaderden de Staten-Generaal. Die regelden de gemeenschappelijke zaken van de zeven gewesten, vooral de buitenlandse politiek. De voorzitter van het gewest Holland was ook voorzitter van de Staten-Generaal. Deze voorzitter, dr raadpensionaris, had veel macht. De eerste raadpensionaris van Holland, Johan van Oldenbarnevelt, zorgde ervoor dat de gewesten tot een goede samenwerking kwamen. De gewesten bleven dus zelfstandig. Die zelfstandigheid vonden ze erg belangrijk; ze hadden er tenslotte voor gevochten. Daarom benoemde elk gewest ook zijn eigen 'stadhouder' - die nu natuurlijk geen plaatsvervanger van de koning meer was. De stadhouder was het symbool van de onafhankelijkheid van het gewest.
