De wind drijft de geuzen naar Den Briel
De geuzen die hier de stad bestormen zijn eigen lijk maar bij toeval voor Den Snel terechtgekomen. Na de komst van Alva hadden duizenden protestanten een goed heenkomen gezocht. De meesten weken uit naar Engeland, maar daar werden ze al snel weer weggestuurd. De 'officile' reden die daarvoor werd gegeven. W25 dat al' ruwt klanten waren, die met vechtpartijen regel matig de haven van Londen op stelten zetten. Dat klopte ook wel een beetje. De geuzen waren rauwe lieden. die leefden van plunderingen en pi racerij. De geuzenvloot, dat was een merkwaardige mengelmoes van edelen. geleerden, kooplieden. handwerkslieden en vissers die eigenlijk maar n ding gemeen hadden: ze waren allen van huis en haard verdreven. Ze hadden dus niet veel meer te verliezen. Misschien dat dat iets van hun ruwe gedrag verklaart.
Nadat de geuzen de Engelse havens hadden verlaten, zwierven zij enige tijd op zee rond. Een storm dreef een deel van de geuzenvloot richting Den Briel. aan de monding van de Maas. Daar ontdekten de geuzen dat het Spaanse garnizoen zojuist was weggeroepen. Door de bevolking van Den Betel werden zij met gemengde gevoelens gadegeslagen.
Her duurde even totdat de geuzen begrepen dat zij Den Basel niet alleen in handen hadden; zij zouden de stad ook kunnen behouden. De verdedigingswerken verkeerden immers nog in goede staat, en op zee hoefden zij niemand te vrezen. Kort daarop verscheen de vlag van Willem van Oranje op de stadswal.
Alva schijnt zich over het nieuws uit Den Briel niet zoveel zorgen te hebben gemaakt. 'No es nada', zou hij gezegd hebben: het is niets. Al snel werd duidelijk, dat dat een ernstige vergissing
was.
