Visserij, bron van welvaart
Voor de handel in vis waren steden ook gunstig. Op zee werd de vis gekaakt en in het zout gelegd. Aan de wal werd de vis dan zorgvuldig schoongemaakt, in kleine tonnen overgepakt en ingezouten. Vele handen maken licht werk; en in de stad waren er genoeg handen van vrouwen, kinderen en grijsaards die wel ren centje wilden verdienen. De binnenwateren leverden in grote hoeveelheden verrukkelijke paling. De Zuiderzee was een enorme biologische fuik, die elk jaar volstroomde met haring en ansjovis. Andere gebieden in Noordwest-Europa hadden deze combinatie van voordelen niet. Daar werd ook gevist en kaas gemaakt, maar op kleine schaal en voor de lokale markt luist aan deze produkten, dit weinig kostten en Bink wat opbrachten. verdienden Holland. Zeeland en de Zuiderzeesteden veel geld.
De vissen, had natuurlijk ook steeds nieuwe tonnen. visnetten en nieuw scheepstuig nodig. Om
van schepen maar te zwijgen. Dat leverde weer werk op voor ambachtslieden. De Noordelijke Nederlanden hadden dus een bevolking waar geld zat. Niet alleen bij kleine handelaren, ook bij boeren. vissers, mandenmakers, touwslagers en scheepsbouwers: groepen die in andere landen maar net het hoofd boven water konden houden.
De Nederlanden als felbegeerd bezit
De rijke Nederlandse gewesten trokken de aandacht van machtige vorsten. Vr 1 jota had nooit iemand zich afgevraagd van wie die doorweekte landstreken eigenlijk waren. Nu veranderde dat natuurlijk. De Franse koning strekte zijn arm uit naar Vlaanderen en de Engelsen deden er veel aan om het de Zeeuwen en de Hollanders naar de zin te maken. De Nederlanden, aan de monding van Maas, Rijn en Schelde waren een felbegeerd bezit geworden. Kort na 1400 kregen de hertogen van Bourgondi, machtige leenmannen van de Franse koning, de Nederlanden in handen. De voornaamste gewesten, Holland, Zeeland, Brabant en Vlaanderen kwamen dus onder n bestuur. Dat was lang niet altijd naar de zin van de steden. Die waren gewend aan grote vrijheid en lage belastingen, vooral in Holland.
In 1477 stierf de laatste Bourgondische hertog, Karel de Stoute. Zijn dochter Maria raakte al haar bezittingen in Frankrijk kwijt, omdat vrouwen daar niet mochten erven. De Nederlanden wist zij echter in haar bezit te houden. Ze trouwde met een van de machtigste mannen uit haar tijd: Maximiliaan van Oostenrijk. Dat was de zoon van de Duitse keizer met de beste kans om de titel van zijn vader over te nemen. Door het huwelijk van Maria en Maximiliaan raakten de Nederlanden in het bezit van de machtigste familie van Europa: de Habsburgers. De familie Habsburg bereikte het toppunt van haar macht onder Karel V: keizer van het Duitse rijk, koning van Spanje en heer der Nederlanden.
