Koningen verstoken hun macht
Karel VII en zijn zoon Lodewijk Xl stelden nu orde op zaken in Frankrijk. Ze namen bekwame adviseurs in dienst; die hervormden de belastingen en stelden nieuwe wetten op. Voor het uitvechten van hun oorlogen gingen ze gebruik maken van huurlegers. Voor de edelen was dit nadelig, maar de rijke handelaren in de steden betaalden zonder morren hogere belastingen. Oorlog was slecht voor de handel, en zij zagen wel in dat de koning de enige was die een eind zou kunnen maken aan de voortdurende oorlogen. Als zij hem daarbij met geld konden helpen, prima.
In Engeland ging het eigenlijk niet veel anders. Toen daar de Rozenoorlogen uitbraken, kreeg de koning steun van de rijke burgers, die rust in het land wilden Rond 1500 kregen koningen in Europa dus meer macht. Hun positie werd vooral versterkt door het invoeren van vaste belastingen.
)at was een mooi systeem, want als de welvaart in het land groeide. dan groeiden de inkomsten van de vorst mee
De Renaissance
De Renaissance begon in de 14e eeuw in Itali en verspreidde zich na 145o over heel Europa. Het woord 'renaissance' betekent letterlijk 'wedergeboorte'. We bedoelen de wedergeboorte van de belangstelling voor de cultuur van de klassieke oudheid; voor de beschaving van de Grieken en de Romeinen dus - vooral hun boeken, beelden en bouwwerken. Schilders, beeldhouwers en architecten ontdekten in de oudheid een groot voorbeeld. De Renaissance is dus ook de ontdekking van het verleden, van de geschiedenis.
Werken naar de natuur
Vergelijk de twee beelden hiernaast maar met elkaar, dan zullen de overeenkomsten je wel opvallen. Daaraan kun je goed zien dat de oudheid als voorbeeld diende. Nis was het niet zo dat men voorbeelden uit de oudheid domweg ging namaken. Nee, de oudheid was de inspiratiebron voor kunstenaars. Ze zagen dat het de Grieken en de Romeinen wel gelukt was om de mens en de natuur volmaakt weer te geven. Dat werd het nieuwe ideaal van de kunstenaar: werken naar de natuur. Schilders wilden dat de figuren en het landschap op het doek tot leven kwamen. Twee technieken hielpen hierbij: het bestuderen van het menselijk lichaam (anatomie) en het toepassen van dieptewerking (perspectief]. Schilderen van perspectief leerden de schilders niet zomaar; daar was heel wat wiskundig inzicht voor nodig. Maar ook kennis van biologie, geschiedenis en mythologie kwam de schilders goed van pas. Een heel verschil met de middeleeuwen; toen was de schilder gewoon ambachtsman, die zich niet buiten de grenzen van zijn eigen ambacht begaf Kunstenaars in de Renaissance voelden er niets voor om hun hele leven aan maar n ambacht te wijden. Schilders waren vaak ook beeldhouwer, dichter of componist. Er was dus een soort 'grensverkeer' tussen de kunsten. In de muziek werden de stukken ingewikkelder en klankrijker. De melodien kregen als het ware perspectief door andere instrumenten tweede, derde en vierde stemmen te laten spelen. Sommige muziekgezelschappen groeiden uit tot complete orkesten.
