In het vorige deel van Levende geschiedenis hebben we een ver verwijderd verleden bestudeerd. We begonnen bij jagers die in kleine groepen rondtrokken op zoek naar voedsel, en eindigden bij de opkomst van de steden en de handel aan het einde van de middeleeuwen.
In de periode die we in dit boek gaan bestuderen (1450- 1900) was dit verre verleden geen gesloten boek. De Griekse filosofie, de Bijbel, de Romeinse wetten bleven een grote rol spelen in het denken van vorsten en geleerden. De 'gewone' man en de 'gewone' vrouw verdiepten zich natuurlijk niet in de werken van Plato of in het Nieuwe Testament. Het kostte hen al genoeg moeite de dagelijkse kost te verdienen. Trouwens, meestal konden zij niet eens lezen.
Veel ideen uit de periode die we hier bestuderen, hebben dus op de een of andere manier iets te maken met de cultuur van de oudheid. Toch zullen we zien dat er na de middeleeuwen in Europa enorm veel veranderde.
Hoe belangrijk is kennis van de periode t4501900 om onze maatschappij te begrijpen? Een paar simpele vragen geven het antwoord. Hoe lang bestaat er industrie, kiesrecht, leerplicht, dienstplicht? Waarom zijn er verschillende soorten kerken? War doen die mes en vork naast mijn bord en waarom eten we aardappelen?
In dit tweede boek beperken we ons natuurlijk niet tot de geschiedenis van Europa. We kijken ook naar wat er in deze tijd in andere delen van de wereld gebeurde. Toch zullen we ook daar de Europeanen weer tegenkomen. Vanaf 1500 trokken die namelijk in hun kleine schepen over alle wereldzeen. Overal waar zij kwamen hebben zij een enorme invloed gehad. Die invloed pakte niet altijd in het voordeel van de oorspronkelijke bevolking uit. De enorme verschillen in welvaart tussen het gendustrialiseerde westen en 'de rest van de wereld' zijn na 1500 ontstaan. Ook daar zullen we uitgebreid aandacht aan besteden.
